Hippodroom

Het einde van de vaste gezelschappen

Nadat de onderneming van Mevrouw Noterman in januari 1927 op de klippen liep, werkte de Hippodroom niet langer met vast aan het theater verbonden gezelschappen. Regelmatig werd de Hippodroom nu verhuurd aan andere programmamakers. Dat leidde in deze periode tot veel kritiek op het beheer van de Hippodroom, omdat door het voortdurend wisselen van uitbater, deze telkens opnieuw moet starten met het opbouwen van een nieuw cliënteel.

Raeymaekers en Van Beylen

Om het seizoen verder af te werken, liep het (respectievelijk artistieke en commerciële) bestuur van Charles Van Beylen en A. Raeymaekers in januari 1927 onmiddellijk van stapel met opnieuw een echte revue. De Belgarevue van Fernand Servais en H.Van Daele werd helaas grotendeels in het Frans opgevoerd, wat de publieke belangstelling niet ten goede kwam.

Morrisson en Boskamp

Met de opvoeringen in februari en maart 1927 van het Nederlandsche Lyrische Operettengezelschap onder leiding van de Belgische tenor Louis Morrisson en de Nederlandse komiek Johan Boskamp, veroverde de Hippodroom opnieuw het hart van de Sinjoor. Behalve de genoemde heren traden in De Koningin van Montmartre, De Parel van Corsica – operettes van de Nederlandse componist Vada Ennem – en De Dollarprinses van Leo Fall, ook Sus Van Aerschot, Eugeen De Vos en de dames Lausanne, Koch en Peenen op.

De zomer van 1927

Vanaf 1 april namen Van Beylen en Raeymaekers de directie van de Hippodroom terug over. Men hernam de bekende operette Bommelbaron.
Waarschijnlijk sloot de Hippodroom daarna, tot Rik Senten in augustus 1927 opnieuw met een langlopende revue voor de pinnen kwam: G’Hebt er gelegen, in regie van Jef Van Pelt en met de revuester Sus van Aerschot.

1927-1928 – Het operettenseizoen van Louis Morrisson

Voor het winterseizoen vanaf 1 oktober 1927 keerde Louis Morrisson terug naar de Hippodroom. Hij heeft het opvoeringsrecht verkregen voor de meeste Weense operettes en ook de beste werken van het Franse repertorium zouden nu aan bod komen.
Chris de la Mar werd aangetrokken als regisseur, maar ook als eerste komiek, samen met Sus van Aerschot. Morrisson zingt ook mee in de operettes en in december speelde hij zelf ook mee in de grote winterrevue van Fernand Servais en Remy Radeska Look Out !.

Een incident waarrond enige mist is blijven hangen is de inval van het parket in januari 1928 omdat de revue enkele aanstootgevende scènes zou bevatten. Er werd onder meer gesuggereerd dat men de directie hier een hak wou zetten.

Hoe dan ook, Morrisson vervolgde in februari zijn operettenseizoen en Louis Bouwmeester bracht in maart nog een revue. Lode Van de Velde was al die tijd de nog steeds trouwe orkestleider. Hoewel het publiek het niet liet afweten, zou Morrisson zijn bestuursschap in april 1928 toch hebben afgesloten met een aanzienlijk deficit.

De belangstelling van het publiek ebt weg

De bestuurders Karel Van Beylen en A. Raeymaekers brachten in april 1928 een stuk van Willem Pouillon en nodigden enkele Franse gezelschappen uit met operettes, mooi en stijlvol uitgevoerd naar het schijnt, maar niet aangepast aan de ruime accommodatie van het Hippodroompaleis.

In de zomer van 1928 bracht Aubert Delrevo enkele van zijn stukken waaronder een herneming van het eens zo populaire Slachtoffers der Samenleving. De tijden zijn echter veranderd en de stukken oogstten geen succes.
Ook de operettes die daarna volgden, zoals No, No, Nanette en Princess Charming en gebracht door Franse gezelschappen konden het tij niet keren. Zelfs de zomerrevue ‘k Heb Beet met een goede bezetting en het orkest nu onder leiding van Bodart, werd vanwege de geringe belangstelling voortijdig stopgezet.

Orkestleider Van de Velde had intussen de Hippodroom geruild voor het El-Bardo theater op de Sint Jacobsmarkt. Medebestuurder Karel Van Beylen overleed in augustus 1928 op amper 45-jarige leeftijd.

Last Updated on 14 juni 2021 by Erik Zwysen