Hippodroom

1907-1913 – Een Volksschouwburg

De maatschappij Van Doeselaer, Lemmens en Co

De maatschapij Van Doeselaer, Lemmens en Co, begin 1907 opgericht, huurde de Hippodroom om er onder de benaming Volksschouwburg een aantal seizoenen spektakelstukken – sensatiestukken, draken, zijn andere benamingen die we tegenkomen in de pers – te kunnen spelen. Een deel van het gezelschap van de Koninklijke Nederlandsche Schouwburg (K.N.S.) nam hier zijn intrek. Het waren niet de minsten, want na een conflict vanwege zijn niet-herbenoeming als directeur van de K.N.S., nam Frans Van Doeselaer (1827-1914) enkele van zijn sterspelers mee naar de Volksschouwburg, onder wie de latere Hippodroomdirecteuren Willem Lemmens (1851-1910) en Piet en Willem Janssens.

Het eerste seizoen werd feestelijk geopend op zaterdag 31 augustus 1907 met het ‘groot spektakelstuk’ De vijf stuivers van Lavarède, naar de roman Les Cinq Sous de Lavarède van de Franse schrijver Paul d’Ivoi. Als regisseurs traden de gebroeders Janssens op.
De toen reeds bejaarde Van Doeselaer kon dank zij zijn nieuwe onderneming op 22 februari 1908 dan toch nog zijn 25-jarig jubileum vieren als ‘directeur’, zij het dan niet in de K.N.S.. Hij zou nu kunnen genieten van een ‘welverdiende rust’ en kreeg de titel van ‘eere-bestuurder’ van de Volksschouwburg. Willem Lemmens volgde hem op.

Henri Galliaert (1875 – 1957), orkestleider van de K.N.S. tot april 1907, kwam ook mee naar de Hippodroom. Theaterorkesten verzorgden de openingsnummers, de intermezzi, beperkte concertgedeeltes en begeleidden ook eventuele muzikale nummers in de theaterproducties. Zo werd de openingsavond opgeluisterd met de Rubensmarch van Peter Benoit.

Revue en cinema. Na het toneelseizoen van zes maanden, programmeerde men in de Hippodroom in maart 1908 de ‘grote sensatierevue’ Pas op. Het zomerseizoen begon al in april, net als vorig jaar, met cinemavoorstellingen van Cinema Géant. De vertoningen vonden plaats tot begin juli.

1908-1910 – Willem Lemmens & Co

De twee volgende seizoenen van de Volksschouwburg, verliepen na de op-rust-stelling van Van Doeselaer onder het bestuur van Willem Lemmens. Nadat ook Constant Van Kerckhoven en zijn echtgenote Philomena Jonkers zich hadden teruggetrokken, bleven bij aanvang van het tweede seizoen slechts vijf leden van de oorspronkelijke vennootschap over: naast Willem Lemmens waren dat Willem en Piet Janssens, August Van Keer en Elisa Jonkers.

Jac. De Vos werd hoofdregisseur, Henri Galliaert bleef orkestleider. Voornaamste acteurs waren mej. Elisa Jonkers, mej. Krix en Mw. Dams-De Langhe; de heren Piet en Willem Janssens, Van Keer, Ducaju, Darden, Van den Bosch.
Het toneelseizoen liep grosso modo van september tot en met februari. In de Volksschouwburg zou men niet meer, zoals vorig jaar, elk stuk spelen totdat de bijval uitgeput is. Elk werk zou nu acht, hoogstens veertien dagen, op het programma blijven.

Revues na afloop van het seizoen. Na de afsluitende voorstellingen van de Volksschouwburg, volgde ook in deze theaterseizoenen telkens een revue van Noël Retso en Gustave Jongbeys: de Bloc-revue van maart tot mei 1909 en de revue ‘k Zien ze vliegen vanaf 18 maart 1910. Voor deze laatste revue schreef en dirigeerde Bastin de muziek. Grappig dat tegelijkertijd in het Scala-theater de revue Ziede ze vliegen? speelde…

Willem Lemmens en Elisa Jonkers. Na afloop van het seizoen trokken Willem Lemmens en Elisa Jonkers zich terug uit de Volksschouwburg. De maatschappij zou vanaf 1 april 1910 verder gaan onder de naam Gebroeders Janssens & Van Keer. Elisa Jonkers trok zich met deze ook terug als actrice. Willem Lemmens overleed kort daarna op 26 mei 1910. 

1910-1911 – Gebroeders Janssens & Van Keer

Voor het seizoen 1910-1911 namen de gebroeders Janssens en August Van Keer het bestuurschap waar. Het seizoen begon met een zangspel De Droom van Pierrot, op tekst en muziek van Karel Mertens, aangekondigd als de nieuwe orkestmeester van de Hippodroom. Daarna volgden opnieuw de volksdrama’s en de Volksschouwburg sloot zijn seizoen in de Hippodroom af op zondag 22 januari 1911 met het drama De Ijzervreter (Le Mangeur de fer van Edouard Plouvier). Het gezelschap vertrok daarna naar Gent, waar men verder optrad in de Nieuwe Cirk.

Revue en cinema. Na het verdwijnen van de Volksschouwburg werd in de Hippodroom de revue Ah, ge weet het opgevoerd van Pouillon en Jongbeys. Op 12 maart 1911 begonnen dan de cinemavoorstellingen (Cinema Hippodroom) die dit jaar zouden lopen tot eind augustus.

August Van Keer (1852-1910). Medebestuurder en regisseur August Van Keer overleed op 26 oktober 1910. Twee dagen eerder speelde hij nog mee in het stuk Het Teeken des Kruises. Van de oorspronkelijke acht vennoten van de Volksschouwburg, bleven nu nog enkel de gebroeders Janssens over.

Nieuwe ambities. Bij de laatste vertoning in de Hippodroom benadrukte Willem Janssens dat de Volksschouwburg onderhandelingen had aangeknoopt om een ‘eigen huis’ op te richten. Naar het schijnt zou men de Hippodroom verlaten vanwege te hoge huurprijzen. Na het afronden van de vertoningen in Gent was er echter nog geen zekerheid met betrekking tot het volgende seizoen. Korte tijd later werd toch de nodige grond aangekocht en werd aan de bouw van de schouwburg begonnen. Het plan liep echter vast vanwege financiële problemen, nadat het aantal inschrijvingen voor aandelen van de Volksschouwburg tegeviel.

1911-1912 – N.V. Hippodroompaleis

De N.V. Hippodroompaleis baatte dit seizoen zelf haar schouwburg uit. Er werd een orkest aangeworven van 45 muzikanten onder leiding van Flor Pierré.
In september en oktober programmeerde men een music-hall programma; in november en december was er de revue ’t Is Kermis, met onder andere de Vlaamse volkszanger en -komiek Frans Lamoen.
Daarna werden er spektakelstukken en drama’s opgevoerd, onder meer van de populaire schrijver Cesar Van Cauwenberghe (1870-1926).

De gebroeders Degrave. Bekend was zijn volksdrama De gebroeders Degrave, dat het verhaal vertelt van twee broers die in het bagno van Cayenne verbleven na een veroordeling in 1894 tot de doodstraf op beschuldiging van moord. Die zaak maakte toen veel ophef en allerlei acties werden gevoerd om de gebroeders vrij te krijgen. Léonce Degrave overleefde de gevangenisstraf niet, maar zijn broer Eugène werd vrijgelaten en kon in februari 1912 zijn verhaal navertellen in de Hippodroom, ter gelegenheid van de opvoering van het stuk van Van Cauwenberghe. Het drama bleef lange jaren op het repertorium staan van diverse Vlaamse schouwburgen.

1912-1913 – Piet en Willem Janssens en Jan De Bie

Het seizoen 1912-1913 opende onder het bestuur van Jan De Bie en kunstleiders Piet en Willem Janssens met De Zingende Molens van Arthur van Oost. Men sloot op 31 maart 1913 af met Marie-Antoinette.
Na een opvoering ter ere van Piet en Willem Janssens, brandde in de nacht van 31 maart op 1 april 1913 de Hippodroom af. Alle kostuums, decors en de ganse muziekbibliotheek van orkestleider Flor Pierré gingen in de vlammen op.

Er vielen geen slachtoffers maar enkele dagen later vielen in de belendende kartonfabriek twee doden en vele gewonden toen bij de opruimingswerken een muur naar de verkeerde kant instortte.

Last Updated on 14 juni 2021 by Erik Zwysen