Hippodroom

1928-1929 – Vervolg met ups en downs

Enkele ondernemende artiesten huurden de Hippodroom in september en oktober 1928 voor een operettentournee. De nieuwe dirigent van het Hippodroomorkest werd Jan Douliez. Het publiek vond zijn weg terug naar het Zuid waar Louis Morrisson, Sus van Aerschot, Gaspar Van den Hoeck en andere vertrouwde vedetten avond na avond schitterden. Ook Mw.Katicza trad nog eens op in de Hippodroom als de zwijgende hoofdrol in de operette Tangolita op muziek van de Antwerpse toondichter Eugeen Beeckman. De regie was in handen van Fé Pasmans.

Morrisson bracht in oktober een aantal opvoeringen van de opera La Juive op muziek van Halevy. En na de obligate operette De Bommelbaron op muziek van Walter Kollo, besloot men eind oktober met Le Trouvère (Il Trovatore) in Hippodroom, de bekende opera van Verdi.

En weer naar Af…

De haastig in elkaar gezette uitvoeringen van het drama Het Teeken des Kruises zouden zich na het voorbije operettenseizoen voor een vrijwel lege zaal afspelen. De kritiek op het beheer van de Hippodroom zwelt weer aan.

Het Toneel schrijft op 27 oktober 1928: ‘Is het niet jammer te bestatigen, dat steeds in deze zaal, wat door de eenen met zooveel moeite is opgebouwd geworden, door anderen, gewoonlijk fortuinzoekers, op enkele dagen wordt vernietigd ? Het is eene dwaze fout vanwege het beheer van Hippodroom hieraan de hand te leenen, want zoo wordt stelselmatig elke ernstige uitbating afgeweerd of benadeeld, vermits deze telkenmale voor een nieuw te maken klienteel staat.’

Volgt dan begin november toch nog met succes de revue Van Mond tot Mond door een Hollands revue- en operettengezelschap onder directie van Dolph Rusly, met onder anderen Louis Morrisson en Sus Van Aerschot. Julius Susan was orkestleider.

Vanaf november 1928 is de uitbating dan vermoedelijk in handen van de heren Raeymaekers en Verschueren, maar ook zij lijken er niet in te slagen opnieuw een publiek te vinden voor Hippodroom. Men bracht Hallo! California!, een ‘Amerikaanse operette in revuestijl’.
Daarna trad Louis Morrisson nog met succes op met de opera’s De Hugenoten van Meyerbeer en La Juive van Halévy.
Maar de programmatie later in december 1928 van de ouderwetse ‘draak’ De Levende Brug – waarvan overigens al een spektakelfilm was gemaakt – en die de directie dan nog eens vanwege een conflict met het syndicaat moest opvoeren met liefhebbers, kon kennelijk het tij niet keren.

1929-1930 – Flor Van den Bosch

De problemen met het syndicaat slepen enkele maanden aan. Na maandenlange onderhandelingen waarin ook even de Hippodroom dreigt plaats te moeten maken voor een woningcomplex, werd Flor Van den Bosch de nieuwe bestuurder. Hij stelt geen vast gezelschap samen, maar is zinnens groots gemonteerde spektakels te brengen zoals operetten, danstournées en revues. Verder denkt hij aan sportevenementen, circusgezelschappen en grote bals.
In alle geval gaat de nieuwe uitbating maar van start in april 1929 met de revue Er geere bij van Rik Senten. Omdat het operettenseizoen in El Bardo pas is afgesloten kan bijna het ganse El Bardo-gezelschap aan het werk in deze revue. Lode Van de Velde dirigeerde het orkest zoals ook voor de zomerrevue van Rik Senten We gaan ne gang die doorging vanaf 10 augustus 1929 in de Hippodroom.
De eerste week van oktober heeft Van den Bosch nog de Amerikaanse danser Louis Douglas te gast met zijn ‘negeroperette Louisiana‘ en het jazzorkest onder leiding van de trompettist Tommy Ladnier.
Daarna volgt nog gedurende vier weken de Frans-Vlaamse ‘superrevue’ van de Brusselse Alhambra Antwerpen viert zijne vliegers, met een orkest van 40 muzikanten onder leiding van de componist José Mommaert.

Senten en Lenaerts

Vanaf november 1929 exploiteren Jan Leenaerts en Rik Senten zelf de Hippodroom. De revue Wat-e-weer! loopt weer vele weken en de orkestleiding berust opnieuw bij Flor Pierré. Tijdens een van de voorstellingen werden Esther Deltenre en Sus Van Aerschot in de bloemen gezet voor hun meer dan 35-jarige loopbaan als revue-artiesten. Senten en Leenaerts verleggen daarna hun werkterrein naar de zaal Majestic.

Cirque Royal en de familie Klepkens

In februari 1930 neemt het Grand Cirque Royal van Brussel onder leiding van J. Fermo enkele weken zijn intrek in de Hippodroom.
In maart vertoont de Hippodroom de film De familie Klepkens als klankfilm. Overigens doet vanaf 28 maart de klankfilm officieel zijn intrede in verschillende Antwerpse cinemazalen.

Een kort toneelseizoen van Demeuse en Wijnants

Daarna programmeert Frans Wijnants een toneelseizoen met enkele kluchtige volksstukken en een operette met Flor Pierré als orkestleider.
Met de opening van de Wereldtentoonstelling in april 1930 neemt de crisis in het theater toe. Senten en Lenaerts zijn in Majestic vroegtijdig gestopt met hun revue en Wijnants neemt gedeeltelijk de programmatie over. Maar op 5 mei moet ook hij de vertoningen voortijdig stopzetten.
Wel volgen in diezelfde maand nog zes voorstellingen van Josephine Baker in de Hippodroom.

Last Updated on 14 juni 2021 by Erik Zwysen