Hippodroom

1924 – Piet Janssens

Piet Janssens (1869-1924) nam de uitbating over en opende het seizoen op 4 september 1924 met het drama Marie-Antoinette van Paolo Giacometti. Geen toevallige keuze, want deze ‘tranerige draak’ was het laatste stuk dat hij in zijn vorige Hippodroomperiode had opgevoerd tot de brand op 1 april 1913 daar een einde aan maakte.
Als eerste regisseur hadden we nu Jac. Devos naast tweede regisseur Fé Pasmans. Het ballet onder de leiding van Mevr. Katicza bestond uit 12 dames met Nellie Duvert als travestie. Ook orkestmeester Lode Van de Velde en eerste machinist Charles Van Beylen bleven op post. Nini de Boël en Jules Dirickx werden geëngageerd om in de operettes op te treden. Piet Janssens nam zelf de hoofd- en karakterrollen voor zijn rekening.

Plotse overlijden van Piet Janssens. Janssens overleed onverwacht op 10 oktober 1924 na de algemene repetitie van de operette De Bajadere van Imre Kalman.
De begrafenis van deze populaire acteur werd door een overweldigende menigte bijgewoond.
Op 12 december vond in de Hippodroom een galavoorstelling plaats ten bate van zijn praalgraf. Naast het orkest onder leiding van Lode Van de Velde, werkten ook het gezelschap van het Volksgebouw en de artiesten van de Koninklijke Vlaamse Opera mee aan de voorstelling. Renaat Veremans begeleidde R.Van Aert op het klavier en het hippodroomgezelschap voerde het tweede bedrijf op van de Bajadere. Als voorzitter van het uitvoerend comité hield Louis Bertrijn de toespraak.

1924-1926 – Victor Neutgens

Na het overlijden van Janssens nam Victor Neutgens opnieuw de directie waar. Het winterseizoen werd in 1924 verdergezet met spektakeldrama’s, maar vooral met operettes en revues.

De zomer van 1925

Enkele acteurs kwamen voor het zomerseizoen 1925 over van het Volksgebouw, de schouwburg op de Meirplaats, waaronder Jef De Waeghenaere en Rosa Hermans. Louis Belloy en Charlotte Noterman trokken van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg naar de Hippodroom. Met deze acteurs wilde Neutgens nu ook ‘het betere repertorium’ brengen, of, zoals hij het toen zelf zegde : een afwisseling van ‘ernst en boert’. Daarin zijn opnieuw de stukken van Willem Pouillon – die datzelfde jaar op 23 september overleed – een belangrijke trekpleister.
Bij de blijspelen waar het orkest wat minder prominent in beeld was, concerteerde orkestleider Lode Van de Velde tussen de bedrijven onder andere met uitvoeringen van de wals uit Charlotte Corday van Peter Benoit, of Milenka van Jan Blockx. ‘Een waarlijk schoon initiatief’ voegde de recensent van Het Tooneel eraan toe.

Het seizoen 1925-1926

Voor het winterseizoen van 1925-26 werd Staf Briers aangetrokken als regisseur. Na de openingsrevue van Rik Senten ’t Bard op… en Binnen, volgden vooral operettes en andere revues. Dat lijkt overigens ook de bedoeling te worden van Neutgens : vooral revues brengen.
Naast Nini de Boël, Hilda Landenne, Charlotte Noterman en vele andere dames traden als heren onder anderen de bekende acteurs Toon Janssens, Sus Van Aerschot en Louis Belloy op.
De repetitor en violist van het orkest, Jan Douliez, liet zich opmerken als vioolvirtuoos. De andere repetitor Henri Kennes verliet het orkest in mei 1926 om dirigent te worden in de nieuwe operetteschouwburg Prado op de Meir – het voormalige Volkgebouw – waar nu ook Nini de Boël en Hilda Landenne naartoe trokken.

De start van het seizoen 1926-1927

Neutgens opende het seizoen al op 7 augustus met de revue Houd-oe-manieren! van Remy Radeska. Dergelijke revues liepen traditioneel wekenlang.
Daarna programmeerde Neutgens nog de populaire operette de Bajadere met muziek van Kalman, maar in oktober werd de directie toevertrouwd aan Charlotte Noterman.

1926-1927 – De volksschouwburg van Charlotte Noterman

Mevrouw Noterman startte in oktober 1926 met de bedoeling om van de Hippodroom opnieuw een volksschouwburg te maken. Daarin zou voornamelijk plaats zijn voor het opvoeren van speelstukken zoals drama’s en kluchten.
De regie kwam in handen van Gustaaf Cauwenberg. De balletten werden nu geregeld door Nelly Geypens. Lode Van de Velde en Van Beylen bleven op post.
Aan het opvoeren van revues scheen ze toch ook niet te ontsnappen, want begin januari 1927 programmeerde ze de revue – of drama met zang en dans – Soldatenlief van Johan Lemaire op muziek van Octave Van Aerschot.

Last Updated on 14 juni 2021 by Erik Zwysen