De revue als theatergenre bracht oorspronkelijk een hekelende terugblik op de gebeurtenissen van het voorbije jaar op het podium. Het interbellum bracht echter veel meer show- en spektakelelementen op het voorplan.

Hieronder enkele bedenkingen van de toneelcriticus Hendrik Gonnissen over deze evolutie en het karakter van de revue in 1930. De voorstellingen van de revue ‘t Is Gebakken van Rik Senten in de pas hernieuwde schouwburg Majestic gaven hem inspiratie.
De tussentitels en het vette lettertype zijn door mijzelf aangebracht.
De revue heeft van haar oorspronkelijk karakter verloren
De huidige revue heeft van haar oorspronkelijk karakter verloren, omdat zij geworden is méer een vertoon van allerhande attractie’s, dan wel, zooals voorheen, een opeenvolging van tooneelen, waarin plaatselijke toestanden en personaliteiten werden gehekeld. De revue is een typisch Fransch tooneelproduct van spot en ironie, een levende dagbladrubriek van kostelijke faits divers, maar vooral een schimpblad, waarin vooraanstaande personen uit alle kringen over den kam werden gehaald en naakt werden gezet in een rarekiekkast. Het was een origineele vertooning, die steeds veel succes mocht genieten, want het groot publiek dat de revue om h’r variéteit boven alle andere tooneelproducten verkoos, was bijzonder gesteld op dat harlekijnenspel, waarin de schrijvers politieke en andere overheidspersonen soms zeer spitsvondig wisten te verwikkelen.
De revue van het woord schijnt gestorven te zijn
Maar sinds den oorlog is om zoo te zeggen de revue in haar oorspronkelijke versie teloor gegaan. De revue van het woord schijnt gestorven te zijn, om plaats te maken voor de revue van het “vertoon”. Het woord is volkomen bijzaak geworden in de hedendaagsehe revue’s; de voorheen zoo gewilde hekelscenes zijn totaal uitgesloten en als overblijfsel daarvan kennen we nu nog de zoogenaamde sketche’s. Het zwaartepunt van de moderne revue — welke kunst heeft zich nu niét gemoderniseerd? — is geworden Engelsche rhythmische beenenshow en saxophone-melodie, nadat vòòr een paar jaar “le nu” volledig in voege was!
De oorspronkelijke revue zal terugkeren
In hoeverre nu de huidige opvatting van het spektakel, dat voor het eerst in het midden der 18de eeuw in Frankrijk werd vertoond, het winnen zal op de oorspronkelijke beteekenis van het genre zal de tijd uitmaken. Onze meening echter is, dat we onvermijdelijk terugkeeren zullen naar de zoo succesvolle revue van het WOORD.
Bronnen en opmerkingen
- Het artikel verscheen in het weekblad Het Tooneel van 12 april 1930, ondertekend met de initialen H.G., wellicht verwijzend naar Hendrik Gonnissen.
- Hendrik Gonnissen (1898-1977) werd na de Eerste Wereldoorlog benoemd tot onderwijzer aan de Antwerpse gemeentescholen. Hij was toneelrecencent, redactiesecretaris en later hoofdredacteur van het weekblad Het Tooneel. Hij werkte regelmatig samen met Gaston Ariën, onder andere aan enkele revues die met muziek van J.A. Zwijsen in 1944 werden opgevoerd in het theater Empire. Hij schreef in 1942 ook het scenario voor de film Baas Gansendonck (1945) van Gaston Ariën, eveneens met muziek van Zwijsen.
- Rarekiekkast. Kastje met een of meer ronde, van een vergrootglas voorziene gaatjes, waarin de kermisgangers eertijds allerlei vermaarde personages en taferelen (vooral veldslagen, belegeringen e.d.) te zien konden krijgen. (Woordenboek der Nederlandse Taal).