Theater Scala
Anneessensstraat
Het Scalatheater opende in december 1884 in de Anneessensstraat 28 in Antwerpen (na een hernummering rond 1910 werd dit huisnummer 22). Het zou vooral fungeren als variété-, revue- en operettentheater. Het was een van de eerste zalen in Antwerpen waar ook film werd vertoond. In 1903 werd de zaal overgenomen door de Brusselse S.A. Le Pôle Nord. Die veranderde haar naam in 1922 in Société d’Attractions Générales, met zetel in Antwerpen. Voor het grootste deel van deze periode was Arthur Philippart directeur. In 1935 werd Scala heropend als cinemazaal. In december 1944 trof een V-bom het gebouw. De zaal werd heropgebouwd door de Amerikaanse firma Metro-Goldweyn-Mayer en opende in 1947 als cinema Metro. |
Op zondag 21 december 1884 opende de Scala in de Anneessensstraat met een ‘Grand spectacle-concert’. Eerste directeur was Philippe Heymans, die tot dan de zaal Eldorado in de Van Wesenbekestraat bestuurde. Het orkest van 23 muzikanten stond onder leiding van dirigent Neufcour. Naar het schijnt speelde de latere operadirigent Julius J.B. Schrey (1870-1936) tijdens zijn vioolstudies ook al mee in het orkest van de Scala. In het begin van de twintigste eeuw dirigeerde Henri Tokkie het orkest.
Brand (1906) en heropbouw
Scala was bij de Antwerpenaar bekend voor haar carnavalbals, variétévertoningen en revues, maar de zaal werd grotendeels verwoest bij een brand in de nacht van 24 op 25 januari 1906. Toenmalig directeur Arthur Philippart en zijn gezin moesten met een brandweerladder uit hun appartement op de verdieping worden gered.
Na de brand kregen de eigenaars (de Brusselse Société Anonyme Le Pôle Nord) de toestemming om hun zaal te herop te bouwen als ‘bestendige toneelzaal met cinematograaf’. Begin september 1906 kon dan het variététheater opnieuw openen en een gelegenheidsstukje ‘Scala Phénix’ brengen met de komische zangers Sus Van Aerschot, Esther Deltenre en Frans Lamoen. Niet de laatste keer trouwens dat ze zouden optreden in de Scala. Variété, sketch, film en revue wisselden elkaar af en ook de carnavalbals bleven populair. De revues waren vaak van de hand van Antoon De Graef. Het orkest staat onder leiding van (waarschijnlijk Alfons) Wilms.
Operetten, revue en cinema
Vanaf 1911 programmeert men ook operetten en vult Cinema Monopole de zomerseizoenen met films en variéténummers. We kunnen natuurlijk niet nalaten te vertellen dat ook de folklorist Johan Zwijsen (niet de componist) af en toe in de Scala optreedt met zijn sketchnummers. Op dinsdag 4 augustus 1914 sloot de Scala echter, net als alle andere Antwerpse theaters, de deuren vanwege de inval van het Duitse leger. Er komt een enorme exodus van Belgische vluchtelingen op gang.
Scala komt terug op gang na sluiting
Na de sluiting van de theaters zijn het de cinema’s die eerst terug openen. Het theaterleven kwam later op gang. Veel mannelijke artiesten waren onder de wapens geroepen, andere waren naar Engeland of Nederland uitgeweken. Bovendien had men af te rekenen met beperkende maatregelen van de overheid rond sluitingsuren en dergelijke.
De Scala heropende pas in oktober 1915 met enkele Vlaamse vaudevilles. Daarna trad tijdens de oorlogsjaren in de Scala een operettengezelschap op met Piet Van den Eynde, Van Ijzendijck, Maia Abs, Gust Kint, Toontje Janssens, Frans Aerts, Possemiers.
Ook na de bevrijding ging men verder met het operetten- en revuetheater tot de Scala de contracten met de artisten verbrak voor het seizoen 1920-1921. Scala fungeerde opnieuw uitsluitend als music-hall.
Eén operettenseizoen en tien jaar variété
Na deze onderbreking bracht de toenmalige kunstdirecteur Toon De Graef – die voor de oude Scala reeds veel revues had geschreven – in het seizoen 1921-22 zijn revue Anvers-Reclame en vervolgde het seizoen met operetten. Het orkest stond onder leiding van Flor Pierré. Veel artiesten die we later nog in andere operetten- en revuetheaters zullen ontmoeten traden hier op, behalve de reeds genoemden bijvoorbeeld ook Jules Dirickx, Theo Van Pelt en de dames Mertens en Angenot.
Na een seizoen was het afgelopen. Een conflict van de Scala-uitbater met de Toonkunstenaarsvakbond over de lonen van de orkestleden, leidde tot het ontslag van het orkest. Voor het komende variétéseizoen werd een ander orkest aangeworven van ongesyndikeerde muzikanten. De volgende tien jaar, vanaf mei 1922 tot augustus 1931, programmeerde de Scala trouwens alleen nog varéténummers. Het ‘ongesyndikeerde’ orkest stond al die tijd waarschijnlijk onder leiding van Wilms en de Toonkunstenaarsvakbond liet niet na om nu en dan zijn pijlen af te schieten op de Scala.
Operettentheater met Ernest Kindermans
In september 1931 opende de bestuurder van het operettentheater Luna, Ernest Kindermans, de Scala terug als operettentheater. Het enige variététheater dat nog bestond in Antwerpen sloot hiermee zijn deuren, maar opnieuw waren er zo twee zalen in Antwerpen die zich aan revue- en operettetheater waagden. Kindermans overleed echter in oktober 1932, waarna zijn echtgenote de directie waarnam. Daarna volgden verschillende directiewissels die duiden op het moeilijke parcours dat het operettentheater moet doorlopen: Frans Wynans en Hendrik Caspeele (1933-1934); de Société d’Attractions Générales ofte wel de eigenaars zelf (1934); Armand Wellens (1934); en Verschueren en Lederman (1934-1935).
Dirigenten in deze periode waren afwisselend Gerard Horens en Emiel Verwilst. De balletten werden geregeld door Mw. Katicza (1931-1932), Mw. Marthy (1932-1934) en Mitchy Janssens (1934-1935).
Scala wordt cinema
Op 7 november 1934 wordt het besluit genomen om het operettentheater te sluiten. De eigenaars zorgen voor een vervangend variétéprogramma. Daarna volgen nog enkele revues tot op 2 mei 1935 de ‘vrienden van het Scalatheater’ een laatste operettenvertoning inrichtten. Scala heropende na verbouwingen in september 1935 als cinema met de film “Folies Bergère” met Maurice Chevalier in de hoofdrol en ook de Belgische Sim Viva.
Eerste versie 6 jul 2011
laatste aanpassing :
Last Updated on 11 januari 2025 by Erik Zwysen