Het orkest Felleman

André Felleman en zijn orkest
1932 – 1940

Van 1932 tot 1940 leidde de Antwerpse cellist André Felleman een ‘gemengd orkest’ van twaalf à vijftien muzikanten. Van bij het begin in 1932 tot en met 1934 maakte ook J.A. Zwijsen daar deel van uit. Mede door de rechtstreekse radio-uitzendingen van hun concerten, zowel op de Franstalige en de Nederlandstalige zender van het N.I.R., als op regionale zenders en op radio Hilversum, werd dit in de jaren 1930 een van de populairste (jazz-, genre-, dans-…) orkesten van België.

André Felleman was eerste cellist in de Koninklijke Vlaamsche Opera (1922-1932), maakte deel uit van het trio Jef Alpaerts (1929-1933), en was leider van het bekende orkest André Felleman (1932-1940). Daarnaast trad hij tussen de beide wereldoorlogen regelmatig op in concerten als virtuoos-cellist.
Felleman werd in 1902 in Borgerhout geboren uit Joods-Nederlandse ouders en studeerde cello aan het Conservatorium in Antwerpen bij Arnold Godenne. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan zijn carrière als virtuoze cellist en dirigent. Op 11 februari 1943 werd hij gedeporteerd vanuit het verzamelkamp Drancy nabij Parijs naar het vernietigingskamp Auschwitz. Felleman is pas 40 jaar oud en zijn vrouw en pianiste Bertha Marx slechts enkele jaren ouder wanneer ze door de Nazi’s worden vermoord. Ook het leven van hun twee zonen, Philippe-Marc, net 17 geworden, en Jacques, nog geen 14 jaar oud, werd hiermee vroegtijdig afgebroken.
Voor een uitgebreidere levensloop zie mijn artikel over André Felleman op de website van het  Studiecentrum voor Vlaamse Muziek

Oprichting van het orkest
(1932)

Felleman deed in 1930 ervaring op als orkestleider met het kamerorkest van de Socialistische Arbeiders Radio Omroep voor Vlaanderen (S.A.R.O.V., opgericht in 1928). Tijdens de wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen dirigeerde hij een symfonisch orkest op het Juwelenbal in september en het daaropvolgende ‘Défilé des Mannequins’. In de Koninklijke Vlaamse Opera (K.V.O.) onder het bestuur van Fé Derickx en Bernard Tokkie kreeg hij in 1932 de gelegenheid om ‘De Notenkraker‘ van Tsjaikovski te dirigeren.
Toen Flor Bosmans het bestuur van de K.V.O. voor het seizoen 1932-1933 zou overnemen, bleek dat er, ondanks dit succesvolle debuut, om budgettaire redenen niet direct een aanstelling als dirigent inzat voor hun eerste cellist. Felleman begon dan met zijn eigen zogenaamde “mixed orchestra”, waarmee hij minstens vanaf mei 1932 optrad in het Grand Hotel op de de Keyserlei in Antwerpen.

Foto van het orkest Felleman ca. 1933

Optreden in het Grand Hotel
(1932-1934)

Met dit ‘mixed orchestra’ verzorgde Felleman concerten in het Grand Hotel in Antwerpen. Dit prachtige en prestigieuze hotel was gelegen op de hoek van de de Keyserlei en de Frankrijklei.

André Felleman over de opdracht van zijn mixed orchestra in:

Wereldrevue, 6 oktober 1932

Een “Brasserie-concert” is eerst en vooral een commercieele onderneming. Wij geven dus het publiek wat het vraagt. Dat sluit hoegenaamd niet uit dat we er heel wat toe kunnen bijdragen zijn smaak te louteren. In hoofdzaak brengen we fantaisieën op operas en operetten, pot-pourris of klankfilms, enz., die wel populair, maar daarom nog niet banaal, niet vulgair zijn. Wij lanceerden b.v. het eerst de pot-pourri op het “Wit-Paard”, die nog steeds opgeld maken blijft.
Maar het publiek wil niet alleen muziek hooren. Dat kan het thuis, door de radio ook. Het wil ook zich amuseeren. En daarom wordt de muziek geïllustreerd door gebaren-effecten, die steunen op den inhoud. En, let wel : de behoefte daaraan is zoo sterk dat ook de cinemas terug moeten naar het “spectacle varié” : film en attractie, met een “Mixed orchestra”… Tuschinsky heeft trouwens nooit daarmee opgehouden, en hij heeft juist gezien. De andere zullen moeten volgen.

De bovengenoemde potpourri op het “Wit-Paard” kwam er ter gelegenheid van het geweldige succes dat de opvoeringen van deze operette van Ralph Benatzky en Robert Stolz behaalden in 1932 in Antwerpen. De laatste zondag van mei trok het hele gezelschap dat al wekenlang Im weißen Rößl in het Empire-theater opvoerde, na de voorstelling naar het Grand Hotel, waar het orkest van Felleman hen vergastte op deze selectie uit de operette.

Vermoedelijk was tegen de zomer van 1934 hun engagement in het Grand Hotel afgelopen. Felleman trad toen met zijn orkest nog op in het hotel Coomans te Rotterdam. Cellist en dirigent Felleman had toen ook in Nederland al een goede reputatie opgebouwd. Daar was hij in het begin van de jaren 1920 trouwens zijn carrière als professionele cellist begonnen in de Arnhemse orkestvereniging. In de zomer van 1934 zond radio Hilversum rechtstreeks een concert van het orkest Felleman uit vanuit het hotel Coomans. 

Samenstelling van het orkest ca. 1934

Johan Zwijsen maakte van bij de start deel uit van het orkest André Felleman. Hij was er pianist- componist – arrangeur. Op dat ogenblik had Zwijsen een muziekhandel in de Lange Beeldekensstraat in Antwerpen, en de ruimte werd regelmatig gebruikt voor de repetities. Ook de componist Jan Douliez was aan het orkest verbonden.

De samenstelling van het orkest wijzigde in de loop van de jaren 1930, maar ten tijde van het engagement in het Grand Hotel ca. 1934 maakten volgende muzikanten er deel van uit:

Johan Zwijsen als pianist in het orkest Felleman.

J.A. Zwijsen – pianist – componist – arrangeur
Nic. Lahaye – viool
Arth. Maebe – viool
Jan Douliez – viool – accordeon – componist
Antoon Horemans – guitar – cello – sax, tenor
L. Akkermans – bas – sousafoon
F. Gooremans – trompet
John Schram – trombone
Louis Gebruers – fluit – 3e sax, alto
Jules Lewis – 1e sax, alto – harmonium – scatsinger
Carlo Frank – jazz-drummer – zanger – timbalen

Het orkest Felleman: een doorsnee van de jaren 1930

Artistieke concerten.
Na hun engagement in het Grand Hotel verzorgde het orkest de artistieke concerten in de tearoom van de Grand Bazar (1934). De samenstelling van het 12-koppige orkest is dan wellicht gewijzigd. In alle geval speelden Akkermans, Schram en Zwijsen toen al in het orkest van de Hippodroom en op het kunstconcert in de Grand Bazar in oktober 1934 was Frans Cauwenberghs er de pianist.

Revues.
De jaren 1930 in Antwerpen staan ook bekend voor de grote revues die doorgaans doorgingen in de Hippodroom. Veel muzikanten die naam hadden gemaakt in ernstigere muzikale genres, verdienden zo het beleg op hun boterham. Felleman en zijn orkest trokken enkele keren naar dit theater op het Zuid voor de muzikale opluistering van de revues van ‘Johnnie’ O Kee! ’t Komt kleer! (1934; in 1935 ook in het Nieuwe Cirkus in Gent) en Ze gooien iet binne!… (1935).

De toonfilm.
Wanneer Jan Vanderheyden, na het succes met zijn film De Witte, voor zijn nieuwe ‘toonfilm’ Alleen voor u, in december 1934 in cinema Majestic een feest organiseerde om ‘nieuwe Vlaamse filmsterren’ te ontdekken, luisterde Felleman met zijn orkest het feest op. De jaren 1930 zijn trouwens de jaren waarin schoorvoetend ook Vlaamse geluidsfilms worden gemaakt. In 1936 verzorgde het orkest de registratie van de muziek van de Oostenrijkse componist Karl M. May voor de film van Siegfried Arno De Roem van het Regiment. Op vrijdag 15 januari 1937 volgde dan het feest ter gelegenheid van de première in de zaal Roxy, waarbij het orkest Felleman verschillende werken van May uitvoerde.

De grote galabals.
Op het galabal van de artisten in april 1935 is het puik van de Antwerpse dirigenten van de partij : André Felleman, Hugo Lenaerts, Rik De Backer, Gerard Horens en Hendrik Diels. In de heropleving van de Antwerpse traditie van de grote bals speelde het orkest een grote rol. We treffen Felleman en zijn muzikanten in de latere jaren 1930 nog regelmatig aan als animatoren van de prestigieuze galabals van de pers, van de artisten, van de Dierentuin, de carnavalbals, halvastenbals enz.. 

Het operettentheater.
Operettemuziek maakte deel uit van het repertorium van het mixed orchestra. Ter gelegenheid van het bezoek Franz Lehar in mei 1935 aan Antwerpen, vergastte het orkest Felleman deze operettecomponist bij uitstek in het hotel Century met fragmenten van zijn muziek. Ondertussen sloten de Antwerpse operettentheaters wel een na een de deuren. Ook het Scala-theater, waar Felleman in november 1935 neerstreek, schakelde over op cinema.

In de Scala
(1935-1936)

De cellovirtuoos en dirigent Felleman had na zijn periode in het Grand Hotel dus niet stilgezeten, maar een vaste stek verwierf hij pas opnieuw einde 1935.
In augustus 1935 stelde hij zijn nieuw samengesteld orkest voor in een private auditie aan de pers en aan talrijke aanwezige impressario’s. De nieuwe vioolsolo was Madeleine Segard.
Kennelijk had zijn auditie het gewenste resultaat. Na de mislukking van het laatste operettenseizoen in het Scalatheater had men besloten de zaal om te bouwen tot “kinemapaleis voor klankfilm“. In september 1935 werd er de eerste film vertoond. De bedoeling van het bestuur was om de bioscoopvertoningen met een concertgedeelte op te luisteren, “liefst te geven door jazz-orkesten welke door de radio een wereldfaam hebben verworven.” In oktober trad zo het orkest van Paul Godwin op in de Scala. Vanaf 15 november 1935 was het dan de beurt aan het orkest Felleman en dit engagement zou verder lopen in 1936. 

Het Tooneel, 25 januari 1936

Sinds geruimen tijd treedt als regelmatige attractie, in “Cinema-Scala” het orkest van den heer André Fellemann op. Door de samenstelling der programma’s en ook vooral door de stijlvolle uitvoeringen der verschillende nummers, geniet dit orkest bij elke vertooning een bijzonder hartelijk succes. Het bestuur van “Scala-Cinema” beoogt met het doen optreden van dit orkest tusschen twee filmen in, de superioriteit van het levende orkest gunstig te doen uitkomen op de mechanische weergave van muziek, superioriteit die door het publiek met dankbaarheid wordt opgemerkt.
De heer Fellemann zorgt er steeds voor, door de samenstelling van zijn programma’s, waarop de componisten van eigen bodem niet stiefmoederlijk behandeld worden, dat het beoogde doel gemakkelijk bereikt wordt. Het publiek blijft niet onverschillig voor deze alleszins zeer verzorgde concert-uitvoeringen en beschouwt het optreden van het orkest A. Fellemann als een ware attractie op het programma.

Engagementen in de latere jaren
(1937-1940)

De engagementen in de volgende jaren zijn van kortere duur. In 1937 wordt het orkest Felleman aangeworven om te spelen in het Nieuwe Cirkus – of de Nieuwe Cirk – in Gent. Het zomerseizoen (mei – september 1937) werkte hij af in het Casino-Kursaal te Blankenberge. In de zomer van 1938 werkte hij eveneens in Blankenberge, waar hij het symfonisch orkest van het Casino dirigeert. 
Onderstaande citaten uit Het Handelsblad en uit L’Étoile Belge over de concerten in Blankenberge zijn vermoedelijk geplukt uit de aankondigingteksten van de organisatie zelf, maar ze spreken zeker de vele journalistieke verslagen niet tegen. Ze geven ons inziens goed de aard weer van de muziek (destijds al snel ‘jazz’ genoemd) en de positie van Felleman en zijn orkest.

Het Handelsblad, 29 juli 1938

Over de concerten in Blankenberge
De groote symphonische concerten, onder leiding van André Felleman, oogsten een grooten bijval; deze worden meestendeels door de Radio uitgezonden, zoodat iedereen er kan van genieten. André Felleman, de groote Antwerpsche Maestro, wordt met rede aanzien als de specialist voor deze soort muziek. Het is dus een vleiende eer die terecht dezen Belgischen kunstenaar te beurt valt, wiens kunst reeds ver buiten onze grenzen geroemd wordt.

L’Étoile Belge, 28 juli 1938

(vertaald uit het Frans)
André Felleman, die over een van de beste symfonische en jazzformaties van het moment beschikt, heeft op het gebied van de muzikale fantaisie en variété, arrangementen van grote schoonheid gecreëerd die de reputatie van de Belgische lichte muziek ten goede komen.

In 1938 treffen we Felleman en zijn orkest nog aan in de zaal Chatelet in Antwerpen en in het Palace Hotel in Brussel. In 1939 trad hij voornamelijk op in Brussel. We kunnen de dagelijkse Thé-concerts en Diners vermelden in het Plaza restaurant, verbonden aan de cinema Plaza, naast uiteraard zoals voorheen concerten voor diverse organisaties.

Het einde van het orkest en van het gezin Felleman
(1940-1943)

Felleman, als Joodse dirigent, zal zich wel bewust zijn geweest van de sentimenten die zich in de jaren 1930 opstapelden tegen de Joodse bevolkingsgroep. Toen hij nog speelde in het Grand Hotel in Antwerpen vonden daar al relletjes plaats. Zijn opvolger daar, de violist Jean Awouters, ging er prat op het Grand Hotel gezuiverd te hebben van de Joden. In alle animositeit rond de verkiezingen schoot hij in 1936 de socialistische activisten Pot en Grijp neer, een ophefmakende ‘politieke moord’-zaak destijds in Antwerpen. Awouters zelf werd in 1941 het slachtoffer van een moordaanslag.

Maar terug naar Felleman. Na de Duitse inval in Polen in september 1939 bleef hij althans verder werken in Brussel. Hij begeleidde in de laatste weken van 1939 de Franse zanger en acteur Henri Garat bij zijn tournee in Brussel en Wallonië. De laatste optredens van het orkest Felleman vinden vermoedelijk plaats in maart 1940 in het Théâtre des Galeries in Brussel. Ik vind nog wel latere vermeldingen terug van radiouitzendingen met Felleman, onder meer de uitzending op 22 april 1940 door het N.I.R. van een cello-recital door de cellist André Felleman. Maar of dit om een rechtstreekse uitzending ging kan ik niet bevestigen. 

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger België binnen. Tijdens de bezetting werden de ouders van André Felleman hier in België opgepakt, getransporteerd naar Auschwitz en vergast. André Felleman zelf werd met zijn echtgenote en twee zonen opgepakt in Frankrijk. Ook zij werden vermoord in het vernietigingskamp in Auschwitz.

Bronnen:
Voor het samenstellen van dit artikel werd vooral gebruik gemaakt van het familiearchief en artikels uit kranten en tijdschriften.
Eerste versie 3 februari 2018
Laatste aanpassing: