Toonkunstenaarsvereniging

De Antwerpse toonkunstenaarsvereniging telde kort na haar oprichting reeds meer dan 650 leden in 1900. In de jaren 1920 gaat het al om meer dan duizend leden. Voor gans België schat men het totale aantal beroepsmusici in 1922 op achtduizend. De Belgische bond telde 7894 aangeslotenen in 1926, 8100 in 1927 en 7903 in 1928.

De tarievenlijst uit het jaarverslag van 1924 geeft een goed overzicht van de terreinen waarop de Antwerpse musici werkzaam waren : de Opera’s; de Koninklijke Maatschappij van Dierkunde; de maatschappij der Nieuwe Concerten; grote orkesten zonder verbintenis; concerten met beperkt orkest en prijsuitdelingen; operettes en revues; stadsschouwburgen; Hippodroom; kinema’s 1e en 2e categorie; brasseries; bars; bals in publieke danszalen; banketten en soirees; bals voor volksmaatschappijen; vertoningen en concerten voor volksmaatschappijen; vertoningen en concerten gevolgd van bal; danspartijen na vertoning of concert; jazzband; dancings; Sport Hippique Royal; plezierreizen te water of andere; uitstappen, stoeten, serenades, processies, begrafenissen, kruisplantingen, enz..; lyrische drama’s; gesproken toneel; koersen; circus; kerkdiensten.

In december 1926 waren er 777 vaste betrekkingen in een of ander orkest :

  • 296 orkestleden werkten in een van de 47 cinema’s; de statistiek in januari 1926 telt 324 orkestleden in 51 cinema’s.
  • 93 in een van de dertien dancings;
  • 45 in een van de tien brasseries;
  • 27 in een van de zeven bars;
  • 147 in een van de vier schouwburgen, met name de Hippodroom (19), de Franse Opera (52), de Vlaamse Opera (62) en de Prado (14);
  • 18 op een van de vier boten van de Red Star Line;
  • 151 in de symfonische orkesten van de Dierentuin (71) en de Nieuwe Concerten (80).