Rubens – Lehar

Operettentheater Rubens – Lehar in 1950

In 1950 werd – wellicht voor het laatst – opnieuw een poging gedaan om in Antwerpen een professioneel operettentheater op te richten. Het initiatief werd unaniem toegejuicht door de Antwerpse pers, maar hield maar een klein jaar stand. 
J.A. Zwijsen was de dirigent van het groot symfonisch orkest en koor. De hoofdvertolkers van het gezelschap waren de sopraan Maria Van der Meirsch en de tenor Dago Meybert. De balletschool van José Nicola verzorgde de balletten.

Operettentheater Rubens,
Carnotstraat


 

Het gezelschap speelde in de Carnotstraat en noemde zich Operettentheater Rubens – ‘Operette Theater Rubens’ – naar de naam van de zaal waarin ze optrad.  De perscommentaren over de uitvoeringen zijn uitsluitend positief. Zo schreef De Nieuwe Gazet na de eerste première : 

‘In alle opzichten was het gebodene volmaakt. Schitterende zang, prachtig spel, mooie decors, fraaie en smaakvolle toneelschikking. Een perfecte regie, waarvoor de heer G. de Bakker alle lof verdient en een orkest, dat geen enkel ogenblik teleurstelde. Prachtig werk van J.A. Zwijsen.’

Czardasvorstin

Viering Toontje Janssens

Op donderdag 30 maart 1950 stak het gezelschap van wal met de Weense spektakeloperette De Czardasvorstin op muziek van Emmerich Kalman.
De hoofdvertolkers van het gezelschap waren Maria Van der Meirsch en de tenor Dago Meybert. Verder traden in deze operette ook op Jaak De Voght en Anne Marie Mornay. Andere rollen werden vertolkt door Hilda ’t Seyen, Serre Van Eeckhoudt, Julien De Locht, Elsa Buyens, Jules Julsam en John Cox, stuk voor stuk specialisten in dit genre.
José Nicola was verantwoordelijk voor de balletten en trad ook zelf op in een solonummer.
De regie voor deze en de volgende uitvoeringen lag in handen van Gommaar De Bakker.
Vanwege het succes werden de spelers vaak verplicht tot bisnummers. De operette werd verschillende weken doorgespeeld.
Tijdens de vertoning van 15 april werd Toontje Janssens gevierd, oud-acteur van het Scalatheater waar hij vroeger met dezelfde operette zoveel bijval verwierf.

Walsdroom

Op zaterdag 22 april volgde dan de première van Walsdroom, een operette van Oscar Straus.
Francis De Paep deed zijn intrede als nieuw lid van het gezelschap. Hoofdrollen waren opnieuw weggelegd voor Maria Van der Meirsch, Dago Meybert en Anne Marie Mornay. Naast Julien De Locht, Hilda ’t Seyen en Elza Buyens traden ook nog Gisèle Julsam en de heren Corneel Tuyaerts, Domien Kruisweegs en Charles Bayet op.
Ook nu hebben de inrichters moeite noch onkosten bespaard om deze nieuwe première tot een succes te maken. De balletten Nicola oogstten bijzonder veel succes met een ‘verrukkelijke Keizerswals’.  “Met zwierige hand leidde de heer J.A.Zwijsen het fijn gestyleerde orkest dat zijn deel in dit schitterend debuut mocht opeisen.”

Victoria en haar huzaar

Het eerste seizoen werd afgesloten met deze operette op muziek van Paul Abraham.
Zelfde vedetten, zoals Maria van der Meirsch, Dago Meybert, Anne Marie Mornay, Elsa Buyens, Julien de Locht, Francis De Paep, John Vissers en Jules Julsam. Wegens ziekte moest Dago Meybert enkele keren vervangen worden door Eric Lund.
Opnieuw zijn de perscommentaren op detailkritiek na uiterst positief. “Het ballet, geleid door José Nicola, was een der hoogtepunten in deze wel zeer aangename avond. Hare balletten droegen de stempel van uitermate verzorging waarbij de waarde van deze voorstellingen nog worden verhoogd.”

Het Rubenspaleis zelf, bekend van de catch- en worstelwedstrijden, bleek echter geen geschikte zaal te zijn voor operetten, gezien de slechte akoestiek. Voor het volgende seizoen hoopte men enkele verbouwingen aan de zaal te kunnen doen, maar deze plannen gingen niet door. Bovendien lezen we in de pers dat het operettentheater Rubens op het einde van het seizoen ‘gevallen’ was, ten onder gegaan door ‘minder verkwikkelijke dingen’. We weten er het fijne niet van, maar een tweede seizoen in het Rubenspaleis kwam er dus niet.

Operettentheater Lehar,
Lange Gasthuisstraat


 

Begin september 1950 startte dan een nieuwe onderneming met min of meer dezelfde mensen, onder directie van de heer Faes. Het gezelschap verkaste naar de schouwburg Concordia in de Lange Gasthuisstraat en ging verder onder de naam ‘Operettentheater Lehar’.
Als regisseur werd Henk Lennert aangetrokken en Gommaar de Backer werd zijn assistent als toneelleider. Zwijsen was opnieuw orkestleider en José Nicola verantwoordelijk voor de balletten.
De schouwburg Concordia in de Lange Gasthuisstraat werd voor de gelegenheid aangepast en de organisatoren hadden grootse plannen. Helaas was deze heropstanding ook maar een kort leven beschoren.

Frederika

Met veel enthousiasme werd op 21 september van wal gestoken met deze operette van Frans Lehar, naar wie het gezelschap was genoemd. Hoofdrollen waren weggelegd voor Maria Van der Meirsch en Dago Meybert. Verder traden op Anne-Marie Mornay, Peter Delsing, Jules Julsam, Hilde ’t Seyne, Tony Bresil, Elza Buyens, Jac. Verdijck e.a.
Bedoeling was om acht voorstellingen te geven en men plande de uitvoering van een volgende operette halverwege oktober. Hoewel er veel belangstelling was en een uitstekende kritiek, is het bij deze ene operette gebleven.


Eerste versie 21 feb 2012
laatste aanpassing :