Palatinat – Luna

Zaal Rubens (1877-1910)
Theater Palatinat (1910-1918)
Cinema Palatinat (1918-1929)
Lunatheater (1929-1933)


 

Palatinat – Lunatheater
Carnotstraat 22

Palatinat als operettentheater

Het Palatinat-theater opende in 1910 in het voormalige (eerste) Rubenspaleis, een zalencomplex dat al sinds augustus 1877 bestond. Het werd een operettentheater onder de nieuwe naam Palatinat. Orkestleider tijdens de oorlogsjaren was Jules Falck. In mei 1916 debuteerde hier Nini de Boël onder de toenmalige directeur Gustaaf Verschueren en regisseur Fé Derickx. Ze speelde een rolletje in de operette De musketiers in ’t klooster. Rézy Venus was de primadonna.

Een nieuwe bioscoop

Na de Eerste Wereldoorlog huurde Henry Dirks de zaal en maakte er een bioscoop van die dan vanaf mei 1918 films bracht en variéténummers. Dirks exploiteerde ook al de cinemazalen Odeon, Alhambra en Prins Albert. De laatste filmvertoningen in Palatinat vonden plaats in 1929.

Palatinat wordt het Lunatheater

In september 1929 begon Ernest Kindermans met de exploitatie van de Palatinat als operettentheater. Hij herdoopte de zaal tot Lunatheater. Onder zijn bestuur werden operetten, lichtere zangspelen en volkse kluchten opgevoerd.
De regisseur was Henri Caspeele en de orkestleider Emiel Verwilst. Viool-solo was de pas van het Conservatorium komende violist Karel Van de Velde. De balletten werden geregeld door de gezusters Mitchy en Liesje Janssens. Bekende acteurs waren onder anderen de heren Constant Devuyst, Adolf Denis en Jan Immers, en de dames Manon Latour, Jeanne Berodes en Mariette Orban. Vanaf mei 1930 maakt ook Frits Vaerewyck deel uit van het gezelschap.
Kindermans programmeerde regelmatig oorspronkelijke Vlaamse zangspelen. In november 1929 voerde het gezelschap Het Vrouwtje van Stavoren op, op muziek van Marcel Poot. Van Emiel Hullebroeck werd Cupido Dictator! gespeeld en zijn Knokkelbeen werd op 31 januari 1930 in het Lunatheater gecreëerd. Hullebroeck dirigeerde zelf enkele opvoeringen van deze operette.
Het seizoen werd begin juni afgesloten voor verbouwingswerken.

Het Tooneel
24 mei 1930

Het gaat in Luna Schouwburg van kwaad naar erger, zoowel met het repertoire als met de opvoeringen zelf.

Voor het seizoen 1930-1931 werd Jef van Pelt aangetrokken , die afwisselend met Caspeele zal optreden als regisseur. Opnieuw wordt veel werk van eigen bodem gebracht.  Naast de obligate revues van Caspeele zelf, de kluchten van Willem Pouillon en de volksstukken van Cesar Van Cauwenbergh kunnen we de volgende operettes vermelden : Tangolita met muziek van Eugène Beeckman; De Millioenenbruid, zangspel van Karel Van Ryn en Henri Kennes, Sepp’l, Cupido Dictator en Knokkelbeen op muziek van Emiel Hullebroeck. Ook de creaties van de operette Vina Tcjekaress van Caspeele en Oscar Roels en de ‘Jass-operette’ Neger van Caspeele en Hullebroeck zijn te vermelden.

Het Tooneel
19 september 1931

Het repertoire van luna is vol verscheidenheid. Volksstukken, parodie’s, kluchten en operetten naar den smaak van het groot publiek, dat in den afwisselenden kost, welke door den heer Kindermans in dezen volksschouwburg geboden wordt, zijn gading vindt en talrijk blijft opkomen om nu eens gezellig heete tranen te storten bij een sensationeel volksdrama, dan eens hartelijk te lachen bij een klucht om weer eens als afwisseling een operette-tje met een gemakkelijk aansprekend, vriendelijk muziekske te komen beluisteren. Gezien de onverminderde opkomst van het groot publiek schijnt dat wel de juiste formule te zijn om een volksschouwburg leefbaar te houden. In zoo ver de spijs werkelijk gezond is en den volkssmaak niet slechter maakt, kunnen we deze door den heer Kindermans gevolgde methode wel bijtreden.


Eerste versie 6 jul 2011
laatste aanpassing :